1Ierse belastingconstructie levert misbruik van btw-recht op
 Lees meer ...
2Vergoedingen voor beŽindiging werkzaamheden als cardioloog behoren tot winst
 Lees meer ...
3PrejudiciŽle vraag over tariefpostindeling noedelgerechten
 Lees meer ...
4PrejudiciŽle vragen; Duitse antimisbruikbepaling strijdig met VWEU?
 Lees meer ...
5Belastingheffing over rente ‘Genussscheine’; uitleg Duits-Oostenrijks verdrag
 Lees meer ...
6Fiscale en strafrechtelijke sancties bij niet-betaling van btw; ne-bis-in-idembeginsel
 Lees meer ...
7Italiaanse sancties bij marktmanipulatie; schending ne-bis-in-idem-beginsel
 Lees meer ...
8Italiaanse sancties bij handel met voorwetenschap; schending ne-bis-in-idem-beginsel
 Lees meer ...
9Richtlijn inlichtingenuitwisseling grensoverschrijdende constructies
 Lees meer ...
10Toepassing vrijstellingsmethode onder belastingverdragen met Golfstaten
 Lees meer ...
11Kamer akkoord met Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties
 Lees meer ...
12Beantwoording Kamervragen over informatie-uitwisseling
 Lees meer ...
13Advies onderzoeksrapport ‘Evaluatie effecten administratieve lasten Wet uniformering loonbegrip’
 Lees meer ...

1Ierse belastingconstructie levert misbruik van btw-recht op
 Cussens, Jennings en Kingston (hierna: X, Y, en Z) waren samen eigenaar van een perceel in Cork, waarop zij 15 vakantiehuizen hebben gebouwd (de onroerende goederen). Om de over de verkoop van de onroerende goederen te betalen btw te verminderen, hebben zij vooraf de volgende transacties met een met hen verbonden onderneming verricht:
  • Op 8 maart 2002 zijn X, Y en Z met deze onderneming met betrekking tot de onroerende goederen een huurovereenkomst met een lange looptijd van 20 jaar en 1 maand aangegaan. De huurovereenkomst voor 20 jaar wordt overeenkomstig het Ierse recht als een eerste levering van onroerende goederen aangemerkt. Over de gekapitaliseerde waarde van de huur werd btw geheven.
  • Vervolgens werden de onroerende goederen voor de duur van 2 jaar weer verhuurd aan X, Y en Z.
  • Op 3 april 2002 werden beide huurovereenkomsten wederzijds door partijen opgezegd en ging de volle eigendom van de onroerende goederen weer over naar X, Y en Z, die de goederen in mei 2002 verkochten aan derden-kopers.
† Zouden de onroerende goederen rechtstreeks (dat wil zeggen zonder de aan de verkoop voorafgaande transacties) door X, Y en Z zijn verkocht, dan hadden zij over die verkoop €†125.746 btw moeten betalen. Zij gaven echter btw ten bedrage van €†40.000 op voor de eerste levering van de onroerende goederen. De terugname na de opzegging van de huurovereenkomsten en de daaropvolgende verkoop van de onroerende goederen in mei 2002 waren van btw vrijgesteld. Volgens de Ierse belastingautoriteit is er sprake van een kunstmatige constructie en dient deze voor de vaststelling van de btw-schuld buiten beschouwing te blijven. Bijgevolg is volgens de Ierse belastingautoriteit over de verkoop van de onroerende goederen €†125.746 btw (minus de reeds betaalde €†40.000) verschuldigd. De Supreme Court (hoogste rechterlijke instantie, Ierland) heeft over deze kwestie aan het Hof van Justitie (HvJ) een aantal prejudiciŽle vragen gesteld. Met name is gevraagd of er sprake is van een schending van het verbod van rechtsmisbruik op het gebied van de btw. A-G Bobek concludeert dat dat het geval is. De behandeling van de langlopende huurovereenkomst als een eerste levering, is in dit geval strijdig met doel en strekking van de Zesde Richtlijn.
 Lees meer ...