1Niet aangegeven inkomsten voor indienen aangiften voor derden; formele grieven
 Lees meer ...
2Indienen van aangiften voor derden leidt tot ondernemerschap; formele grieven
 Lees meer ...
3Reclamebelasting voor aankondigingen op abri en mupi; strijd gelijkheidsbeginsel
 Lees meer ...
4Ongegrond verzet omdat griffierecht door communicatiefout niet is betaald
 Lees meer ...
5Box 3-heffing woningen en winkel; geslaagd beroep op interne compensatie
 Lees meer ...
6Afdrachtvermindering onderwijs voor gevolgde onderwijseenheden van opleiding
 Lees meer ...
7Via distributienetwerk genoten provisies belast in IB/PVV en OB
 Lees meer ...

1Niet aangegeven inkomsten voor indienen aangiften voor derden; formele grieven
 X (belanghebbende) was in dienstbetrekking werkzaam als medewerker bij een verzekeringskantoor. Uit een FIOD onderzoek is naar voren gekomen dat X tegen vergoeding grote aantallen aangiften inkomstenbelasting heeft verzorgd voor derden. Die inkomsten zijn niet aangegeven. De Inspecteur heeft het box 1 inkomen van X over de jaren 2008 tot en met 2011 verhoogd met door hem gestelde inkomsten uit resultaat uit overige werkzaamheden. Hij is daarbij uitgegaan van 1.314 aangiften inkomstenbelasting in het jaar 2008, 1.857 in 2009, 2.085 in 2010 en 2.040 in 2011 en van een gemiddelde vergoeding per aangifte van € 46 (inclusief omzetbelasting). In hoger beroep bij Hof Arnhem-Leeuwarden heeft X het Hof verzocht 67 getuigen op te roepen maar dat acht het Hof niet zinvol. De omstandigheid dat X door zijn financiŽle omstandigheden niet in staat is de getuigen op te roepen, maakt dit oordeel niet anders. De Inspecteur heeft niet artikel 8:42 Awb geschonden door de delen van het FIOD-dossier die hij na de uitspraak op bezwaar heeft ingezien niet in te brengen. De besluitvorming van de Inspecteur is geŽindigd op het moment dat hij uitspraak op bezwaar heeft gedaan. De Inspecteur is enkel gehouden de stukken die hem tot op dat moment ter beschikking stonden, in te brengen. X heeft tegenover de gemotiveerde betwisting door de Inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat de Inspecteur geen mondelinge toestemming had van de Officier van Justitie voor het gebruik van de strafrechtelijke gegevens van de FIOD. De Inspecteur mag de gegevens als bewijs gebruiken. Het Hof beslist verder dat de bewijslast is omgekeerd en verzwaard, omdat X voor de betreffende jaren niet de vereiste aangiften heeft gedaan. De door de Inspecteur gemaakte schattingen van de jaarlijkse inkomsten zijn voorts niet onredelijk. De Inspecteur heeft bij het vaststellen van de (navorderings)aanslagen ten slotte geen algemeen beginsel van behoorlijk bestuur geschonden.
 Lees meer ...