1Verzoek herziening voorlopige aanslag; proceskostenvergoeding; geen dwangsom
 Lees meer ...
2Heffing van forensenbelasting niet strijdig met enig rechtsbeginsel
 Lees meer ...
3Waardebepaling kantine en kleedruimten korfbalvereniging
 Lees meer ...
4Navordering douanerechten; termijnverlenging ook in geval van onjuiste aangifte
 Lees meer ...
5Behoud monumenten Aruba; ondernemerschap en toepassing culturele vrijstelling
 Lees meer ...
6Taxholidayverzoek terecht door Inspecteur afgewezen
 Lees meer ...
7Geen onzakelijke lening; afwaardering in goede justitie vastgesteld
 Lees meer ...
8Overzicht WOZ-kosten 2017
 Lees meer ...

1Verzoek herziening voorlopige aanslag; proceskostenvergoeding; geen dwangsom
 Met dagtekening 31 januari 2017 heeft X (belanghebbende) een eerste voorlopige aanslag IB/PVV 2017 ontvangen. Na een verzoek tot wijziging heeft de Inspecteur een tweede voorlopige aanslag opgelegd. X heeft tegen de tweede voorlopige aanslag bezwaar gemaakt op de grond dat ten onrechte geen rekening is gehouden met het in het wijzigingsverzoek opgegeven bedrag aan loonheffing. In het bezwaar verzoekt X om een vergoeding van proceskosten. De Inspecteur heeft daarop een derde voorlopige aanslag opgelegd. In deze voorlopige aanslag is wel rekening gehouden met het in het wijzigingsverzoek aangegeven bedrag aan loonheffing. De Inspecteur heeft niet op het verzoek om een proceskostenvergoeding beslist. In geschil is of de Inspecteur terecht geen proceskostenvergoeding en dwangsom heeft toegekend. De Inspecteur heeft in reactie op het bezwaar pas bij de derde voorlopige aanslag rekening gehouden met de aangegeven loonheffing. Dit is een aan hem te wijten onrechtmatigheid in de zin van artikel 7:15, lid 2, Awb aangezien X al in zijn herzieningsverzoek die loonheffing had aangegeven. De Inspecteur had daarom een proceskostenvergoeding moeten toekennen, oordeelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Het beroep is om die reden gegrond. De enkele omstandigheid dat niet ook op het verzoek om toekenning van een proceskostenvergoeding is beslist, is geen grond voor toekenning van een dwangsom. Een dergelijk verzoek is immers geen aanvraag in de zin van artikel 1:3, lid 3, Awb, aldus de Rechtbank. Overigens heeft de Inspecteur met het opleggen van de derde voorlopige aanslag tijdig op het bezwaar van X beslist. Van verschuldigdheid van een dwangsom kan daarom geen sprake zijn. In zoverre is het beroep ongegrond.
 Lees meer ...