1Pensioenuitkering terecht tot belastbaar inkomen gerekend; omkering bewijslast
 Lees meer ...
2Onterechte verzuimboete wegens niet tijdig betalen van MRB
 Lees meer ...
3Te hoge aanslagen watersysteemheffing; begrip verharde openbare weg
 Lees meer ...
4Aangebrachte correcties ter zitting ingetrokken; geen integrale kostenvergoeding
 Lees meer ...
5Voorziening dubieuze debiteuren was niet onzakelijk; geen navordering
 Lees meer ...
6Aansprakelijkstelling grotendeels terecht; kennelijk onbehoorlijk bestuur
 Lees meer ...
7Bevoegdheid belastingrechter; wijzigingen WUL niet strijdig met verdragen
 Lees meer ...
8Ook met accountantsverklaring niet voldaan aan verzwaarde bewijslast
 Lees meer ...
9Verrekening voorlopige teruggaaf door artikel 15 AWR-beschikking; tijdige conversie
 Lees meer ...
10Activiteiten zorgverleenster vormen onderneming; niet voldaan aan urencriterium
 Lees meer ...
11Belastingdienst moet wegens vertraging alsnog coulancerente vergoeden
 Lees meer ...

1Pensioenuitkering terecht tot belastbaar inkomen gerekend; omkering bewijslast
 X (belanghebbende) is bestuurder en enig aandeelhouder van Y (bv). Tot 1993 was Y maat in een maatschap van octrooigemachtigden. In verband met de uittreding uit de maatschap in 1993 is aan Y een uittredingsvergoeding toegekend van ƒ 1.200.000. Y heeft blijkens een pensioenbrief d.d. 17 augustus 1993 pensioenrechten toegekend aan X. Uit aangiften loonheffing blijkt voorts dat door Y in 2012 een pensioenuitkering is gedaan van in totaal € 85.105. In geschil is of de pensioenuitkering terecht tot het belastbaar inkomen uit werk en woning over 2012 van X is gerekend. Hof Den Haag bevestigt het oordeel van Rechtbank Den Haag dat de bewijslast wordt omgekeerd en verzwaard omdat X de vereiste aangifte niet heeft gedaan. X heeft niet overtuigend aangetoond dat de Inspecteur de aanslag naar een te hoog bedrag heeft opgelegd. Vaststaat immers dat Y in 2012 op basis van de aan X toegekende pensioenrechten een pensioenuitkering heeft gedaan, en dat X dit bedrag heeft genoten. Het bedrag van de uitkering als zodanig is niet in geschil. De Inspecteur heeft de pensioenuitkering terecht in de heffing van inkomstenbelasting betrokken. De aanslag is voorts gebaseerd op een redelijke schatting. De opgelegde boete van - na vermindering bij de uitspraak op bezwaar - € 344 is volgens het Hof passend en geboden.
 Lees meer ...